Repetitive Strain Injury (RSI)

Repetitive Strain Injury (RSI)

RSI = Repetitive Strain Injury

Wat je kan doen om RSI te voorkomen:
* Extra pauzes inlassen van ten minste 10 minuten.
* Afwisseling taken èn afwisseling houding.
* Stel je computer zo in, dat je niet alleen met de muis hoeft te werken, maar ook met de verschillende functietoetsen van het toetsenbord.
* Vul je 10-minuten pauzes in met oefeningen, ander werk en/of lopen.
* Zorg voor goede hoogte stoel en bureau (ergonomisch verantwoorde werkplek).
* Alert zijn op klachten.
* Vermijden van stress, vermijden van een te hoog werktempo.
* Links- en rechtshandig muizen afwisselen.
* Maak niet teveel gebruik van het nummerieke gedeelte rechts op het toetsenbord en toetsen niet te hard aanslaan.
* Steun tijdens het typen of muizen je polsen nooit alleen of voornamelijk af op werkblad of polssteun want dan wordt het gewicht van de hele arm geconcentreerd op het kwetsbare polsgebied.
* Houd je handen tijdens het typen en muizen zodanig dat de as van de onderarm in de lengterichting doorloopt tot in de middelvinger.
* Het is goed om ter ontspanning van de spieren in de nek-schouderregio regelmatig, bijv. in (denk-)pauzes, je armen te laten rusten op het bureau en/of de armsteunen. Steun je armen niet af als je tikt of muist.
* Voorkom dat je ver moet reiken naar toetsenbord of muis. Deze moeten zich direct onder handbereik bevinden als jouw armen in een hoek van negentig graden op het bureaublad rusten. Schuif altijd zoveel mogelijk aan het bureau aan.

En tenslotte nog de fases van RSI:

Fase 1: Beginnende fase.
Tintelende, gevoelige en vermoeide handen, polsen, armen, nek of schouders. De klachten treden op tijdens of vlak na het werk en verdwijnen vaak met normale avond- of weekendrust. De relatie met het werk wordt nog niet door iedereen gelegd. De klachten zijn meestal nog draaglijk. Houdt je klachten niet voor je, ze gaan niet vanzelf over! Als je in dit stadium maatregelen neemt, verdwijnen de klachten volledig. Raadpleeg zo nodig al in deze fase je huisarts.

Fase 2: Gevorderde fase.
Er is geen relatie meer met bepaalde taken, de pijn treedt op bij van alles. Pijn kan variëren tussen licht tintelend gevoel of brandende pijn, soms is er sprake van krachtverlies. Nek, schouders, armen, polsen en handen zijn overgevoelig of juist gevoelloos. De vingers tintelen. Klachten verdwijnen niet meer door normale avond- of weekendrust. Je wordt dringend aangeraden naar je huisarts te gaan.

Fase 3: Blijvende fase.
Aanhoudende pijn die niet meer verdwijnt. Werken is (bijna) niet meer mogelijk. Het oppakken van een kopje is al pijnlijk. Je hebt nauwelijks kracht meer in je armen en handen. Behandeling heeft nog maar weinig succes. Neem daarom meteen maatregelen in fase 1.